The Lut Desert…

Een Unesco World Heritage Site

We gooien de tank nog maar eens helemaal vol in Kerman, struinen wat over de bazaar en kopen de laatste lekkernijen. Watertank vol “check” proviand voor de komende dagen “ check” auto gecontroleerd “ check”.

De reis kan beginnen; door een fascinerend berglandschap rijden we richting Shahdad deze stad is al bijna 5000 jaar bewoond. De weg erlangs leidt ons richting de “Kaluts”. Dit bijzondere landschap ligt halverwege onze afslag richting de echte grote woestijn. Na ja voor ons doen dan, de “Luts” is zeg maar heel Nederland en dan nog 20% extra. Op de wereldranglijst van grote woestijnen staat ie slechts op plek 33 maar toch. We passeren ook nog “ Lut Lake” een zoutmeer met de meest uiteenlopende ronde uitstupsels, her en der is nog water te zien.

Een beetje onwennig verlaten we het asfalt, laten de banden aflopen naar een comfortabeler rijgedrag en vervolgen onze weg. De route is goed zichtbaar, aangezien het hier bijna nooit regent. De Luts is één van de droogste plekken van Iran en in de zomer wordt het hier ook onaangenaam heet. Je kan hier in de zomer amper lopen aangezien ze hier op het zwarte zand een grondtemperatuur hebben gemeten van 70,7 gr Celsius. Er zijn maar weinig plekken op aarde waar het nog warmer wordt. In de zomer is de luchttemperatuur hier ruim boven de 50 gr, voor mens en machine is het dan niet te doen. Maar nu in november ’23 is het winter en is de temperatuur aangenaam. Na zo’n 40 kilometer over de vlakte te hebben gereden verandert ineens het landschap, het is alsof we een filmset binnen rijden zo mooi. Het is groots en geweldig om door heen te rijden, de “kalutsen” liggen her en der verspreid door het heuvelachtige landschap en de route slingert er als het ware doorheen. We zijn er een beetje stil van.

In de schaduw van een kalut maken we koffie en genieten van de omgeving. We besluiten nog zo’n 20 kilometer verder te rijden van daar begint de zogenaamde “ Snake Canyon”. In Iran wordt deze canyon “ Zaban e Mar” genoemd. Een reusachtige canyon lopend door het landschap, de naam snake canyon komt vanwege de vorm van de slangentong, een y als het ware. We duiken het mulle zand van de canyon in totdat we niet verder kunnen, draaien is nog een hele opgaaf vanwege de krappe ruimte.

De terugweg is net zo enerverend als dat we erin reden en eenmaal weer boven besluiten we een kampeerplek op te zoeken. Tijdens de thee suggereer ik dat het een gek gevoel geeft deze plek. In de verste verte is niemand te bekennen, geen dorp geen stad niets, niemand, nada…afgezien van de asfaltweg die door dit gebied loopt waar zich amper een auto op bevind is de afstand tussen de twee bewoonde plekken zo’n 300 km. Kun je je voorstellen dat je in Nederland bent en dat je daar dan met z’n tweeën bent! Voor de rest is het land leeg! Er lopen hier zelfs geen kamelen en vliegen geen vogels, het enige wat we horen is het geluid van een overvliegend vliegtuig of het aanslaan van onze koelkast. We slapen als een os en de volgende ochtend doen we lekker rustig aan.

De spanning in de bandjes gaat nog wat lager omdat we het duinengebied naderen en met te harde banden is het niet prettig rijden in het zand en je rijdt je sneller vast. Het is nog zo’n 40 kilometer verder de woestijn in voordat onze route naar links afslaat. Het blijft geweldig rijden hier, dit is een van de mooiste woestijnen die we tot nu toe hebben bezocht. Het landschap veranderd maar weer eens we naderen nu echt het zand, deze regio staat bekend om zijn mega hoge duinen tot wel 300 meter. Voor dat je er erg in hebt rijd je er dwars doorheen, de motor van de toyo jankt in de toeren, in de 2 hoog komen we net boven met onze zware bak. Er volgt een duin met een spitse top…poeh net genoeg gang om er niet op te blijven hangen maar wat een afdaling!!! dat hadden we niet verwacht maar we surfen soepeltjes tientallen meters naar beneden. Het echte werk gaar nu beginnen, gelukkig kunnen we vers gereden sporen volgen zodat we onze eigen route niet hoeven te zoeken en ons kunnen concentreren op de duinen. Nog eenmaal dalen we tientallen meters van een plateau af om uiteindelijk in een nog mooiere omgeving te belanden, er is een korte route rechtsaf die eindigt bij een mega hoge zandduin met een sculpturen tuin ervoor.

We rijden door al dit moois en vervolgen daarna onze route die inmiddels is veranderd in een weer ietwat saai kiezelsteenlandschap en vlak, tientallen kilometers zouden volgen.

We besluiten een duik te nemen in het meer wat we zien in de verte maar naarmate we dichtbij komen lijkt het meer steeds op te schuiven, luchtspiegelingen oftewel “fata morgana”. De hoge duinen die later opdoemen blijken wel echt, dit is echter weer zand van een andere structuur en kleur ook de vorm van de duinen lijkt meer op die van in de Sahara. Je moet er echt in rijden om “ te spelen” we besluiten maar om er langs te rijden en geen risico te nemen om vast te komen zitten het is mooi genoeg zo.

Voor de tweede nacht hebben we een duinpan gevonden die mooi vlak is en beschutting geeft tegen de af en toe waaiende wind.

De volgende dag rijden we verder, richting het noorden weliswaar. We maken een soort van lus in de “ Luts”. Het is ruim 100 kilometer terug weer naar ons startpunt vanaf het asfalt. Halverwege echter besluiten we af te buigen richting “ Snake Canyon” en deze vanaf de oostkant te benaderen, ongemerkt rijden we zelfs een canyon binnen. De zijkanten worden steeds hoger en we hopen maar dat er aan het eind ook een uitgang is. Gelukkig na een aantal kilometers komen we weer “bovengronds” en zien we weer een horizon. We rijden paralel aan de canyon, stoppen af en toe voor een fotootje en kunnen de splitsing in de canyon duidelijk zien.

We naderen weer het punt waar we eerder waren en rijden nu in omgekeerde richting. Het lijkt alsof we hier niet eerder geweest zijn. Na een tietal kilometers wordt het weer vlakker en rest ons de saaie 40 km kiezelwoestijn terug naar de weg. We besluiten weer te gaan kamperen op dezelfde plek als de heenweg mooi beschut tussen de “ Kalutsen”. Dit gebied zo’n 40 km vanaf Shadad wordt veel bezocht het is één groot speelterrein voor 4×4 auto’s. De volgende ochtend als we weg rijden besluiten we niet de afslag te nemen volgens de navigatie maar de vele sporen te volgen die uiteindelijk ook wel naar de verharde weg zullen leiden (dachten we). Kilometers lang leidt de highway van tracks ons steeds verder richting Shadad maar een afslag naar de weg komt niet, hebben we ons vergist? Vele maken vele afdalingen die te hoog zijn om terug te rijden, we ondernemen nog wel een poging maar het is te gevaarlijk scheef en te steil dat halen we nooit. We worden omringd door rijen rotsen met zand ertussen, we proberen steeds meer naar rechts te komen waar de weg is. Stukje vooruit, ja hier kunnen we tussendoor, stukje vooruit en weer naar rechts. Sporen zijn er inmiddels niet meer, en dan ineens rotsen weg en open uitzicht maar nog steeds geen weg. We belanden in een soort mega grote wadi (opgedroogd stroomgebied van een rivier) vele greppels en geulen liggen voor ons en de route is rechtdoor.

Helemaal in zijn 4×4 element zoekt Nico zijn route, bewijs en foto’s zijn er niet dat is altijd zo met dit soort momenten. We ploeteren voort en de toyo doet het uitstekend. “ Find your way” was altijd al een specialiteit van Nico tijdens het trophy rijden. We passeren ook een aantal “powder dust” plekken dat is zandstof zo fijn dat het als een rookgordijn om en in de auto komt. Na een aantal kilometers bereiken we uiteindelijk iets later als gepland het asfalt, we rijden door Shadad wat een verrassend groene stad is met wegen omringd door bomen. We gaan richting Bam.

Nico & Joska

Wordt vervolgd.

2 gedachtes over “The Lut Desert…

Plaats een reactie